Pedagogisch Project van de
Gemeentelijke Basisschool van Haacht.

(Goedgekeurd door het schoolbestuur op 25 maart 1996)

Levensbeschouwing:

  1. Karakter van de school.
    Onze school is een gemengde basisschool voor gewoon onderwijs en behoort tot het officieel gesubsidieerd onderwijsnet. Het schoolbestuur is de gemeente Haacht.
    Als openbare instelling sta onze school open voor alle kinderen, welke ook de levensopvatting is van de ouders. De vrije keuze tussen de cursus van de verschillende door de wet erkende godsdiensten of niet-confessionele zedenleer is gewaarborgd.
    Het onderwijs dat binnen onze school door de leerkrachten wordt aangeboden, past in het kader van de richtlijnen, vastgelegd en goedgekeurd door de Gemeenteraad in een door hem erkend pedagogisch project. Dit pedagogisch project bepaalt de aard, het karakter van het onderwijsaanbod binnen onze school. Van de leerkrachten wordt geëist dat ze volgens de richtlijnen van dit pedagogisch project onderwijs verschaffen.
    Alle participanten worden verondersteld dezelfde opties te onderschrijven. Als dienstverlenend aan de lokale gemeenschap zal het gemeentelijk onderwijs zich regelmatig onderwerpen aan kritische overwegingen wat betreft de door haar nagestreefde en gerealiseerde doelen.
  2. Andersdenkenden :
    In hun omgang met de leerlingen gaan degenen die betrokken zijn bij de ontwikkelingsbegeleiding, de problemen in verband met de filosofische, ideologische en godsdienstige overtuiging van de mens niet uit de weg. Indien de opvoedings- of onderwijssituatie daartoe aanleiding geeft ,kunnen zij vrij hun persoonlijk engagement doen kennen, maar op bedachtzame wijze, wat betekent dat zij zich zeker onthouden van elke vorm van indoctrinatie. Alle uitdrukkingen of overwegingen die voor andersdenkenden kwetsend kunnen overkomen, worden vermeden. De waarden die met de uitgezette feiten verband houden, worden eerlijk en dus open behandeld, opdat leerlingen zich geleidelijk bewust worden dat motiveringen van verschillende oorsprong, eerbied en onderzoek verdienen.
  3. Ligging
    Onze school heeft de volgende vestigingsplaatsen:
    • Vestigingsplaats 1: Verhaegenlaan 7    3150 Haacht             LO
    • Vestigingsplaats 2: E. Willemslaan 4     3150 Haacht             LO
    • Vestigingsplaats 3: Breughelwijk            3150 Haacht             KO

    Er wordt gestreefd om voor alle afdelingen een rustige, verkeersvriendelijke omgeving tot stand te brengen, alwaar in moderne klaslokalen, voorzien van de nodige didactisch uitrusting, aangepast eigentijds onderwijs kan verschaft worden.

  4. Levensbeschouwelijke uitgangspunten:
    Het gemeentelijk onderwijs wilmensen vormen die in de samenleving van morgen   ten volle hun verantwoordelijkheid kunnen opnemen tegenover zichzelf en tegenover de gemeenschap.
    In ons pedagogisch project   voeden wij onze kinderen zo op dat zij, zonder afbreuk te doen aan hun fundamentele vrijheden en rechten, zelfstandig in staat zijn niet alleen hun persoonlijke belangen, maar ook de collectieve belangen van alle mensen te eerbiedigen en te verdedigen. Dit gebeurt   in dienst van een gemeenschap die pluralistisch en multicultureel is en waarin de kinderen van vandaag, morgen zullen leven en werken als volwassenen. Zij zullen dit doen in een geest van verdraagzaamheid, van eerbied voor de opvattingen van anderen. Hier wordt de basis gelegd van een goed functionerende democratische samenleving.

Pedagogisch overtuiging:

  1. Taak van de gesubsidieerde officiële scholen :
    De gesubsidieerde officiële scholen vervullen in de eerste plaats een opvoedende taak; ze bevorderen de ontwikkeling en de vorming van de gehele persoonlijkheid. Ze beperken zich derhalve niet tot het bijbrengen van kennis en het ontwikkelen van vaardigheden en attitudes die de jeugd nodig heeft om toekomst op te bouwen. Ze beogen een totale vorming van de persoon als individu en als burgen, die in staat is met persoonlijk inzicht en engagement zijn plaats in de maatschappij in te nemen.
  2. Visie op ontwikkeling en opvoeding:
    • Elk kind is anders.
    • Kinderen moeten gewaardeerd worden in hun eigen kennen en kunnen.
    • Een kind moet beschermd worden.
    • Een kind is een zichzelf ontwikkelend wezen dat leert uit zijn ervaringen in confrontatie met zijn omgeving.
    • Het kind moet systematisch   geholpen worden om dit proces optimaal te laten verlopen.
    • Het kind moet gestuurd worden in zijn ontwikkeling en de omgeving is daarbij bepalend.
    • Er moeten kansen en mogelijkheden aangeboden worden opdat de kinderen zich maximaal kunnen ontplooien.
  3. Belangrijke elementen bij het beoordelen van de ontwikkeling:
    • Kinderen opvoeden tot zelfstandigheid.
    • Stimuleren van de creativiteit.
    • Bijbrengen van sociale vaardigheden
    • Relatiebekwaamheid.
    • Emotionele ontwikkeling.
    • Cognitieve ontwikkeling.
    • Lichamelijke gezondheid
    • Kritische ingesteldheid.
    • Verantwoordelijkheidszin.

    Goede opvoeding wordt gekenmerkt door:

    • Veiligheid en een beschermende relatie als voorwaarde tot groei en ontwikkeling.
    • Opvoedingsrelatie die berust op gezag.
    • De opgroeiende mens naar zijn individuele mogelijkheden van ontplooiing optimaal toerusten teneinde hem in staat te stellen op een voor zijn persoon volwaardige wijze te kunnen participeren in het maatschappelijk leven van heden en toekomst.
    • Te helpen tot het realiseren van een positief zelfbeeld.
    • Het kind bewust maken van zijn eigen mogelijkheden en het bijbrengen van vaardigheden, structuren en attitudes in functie van het welslagen in een te doorlopen ontwikkelingsproces.
    • Kinderen te laten opgroeien tot verdraagzame individuen.
  4. De dynamisch-affectieve ontwikkeling :
    Kinderen kunnen, durven en mogen hun eigen gevoelens op verschillende vlakken uiten. Daarom is het belangrijk dat er een vertrouwensrelatie met de leerkracht wordt opgebouwd zodat het kind zich thuis voelt op de school. Kinderen moeten leren omgaan met de creativiteit, gevoelens en eigenheid van de anderen.
  5. Verstandelijk ontwikkeling van kinderen:
    De school geeft aandacht aan de verstandelijk vorming van de kinderen met als basisdoel het verwerven van de basisvaardigheden zoals lezen, schrijven (zich mondeling en schriftelijk kunnen uitdrukken) en rekenen (kunnen omgaan met getallen).
    Het kind leert op school informatie verwerven en ontwikkelt zo zijn intellectuele vaardigheden. Het leert ze in de verschillende vakgebieden hanteren en toepassen.
    De school is de plaats waar de jonge mens leert studeren, in zijn inspanningen volharden en voldoening vinden in zijn werk. De school maakt de kinderen gevoelig voor het willen ontdekken van de volle waarheid en van de diepe zin van het leven. Dit doet ze door kennis bij te brengen over de wereld rondom hem. Hierdoor wordt hij degelijk voorbereid op de toekomst.
  6. Het kind als mens :
    We proberen aan te sluiten bij de belangstelling en leefwereld van het kind. Er is bijzondere aandacht en zorg voor de ‘kleinen’ onder ons, de kansarmen en zwakkeren.
    Het is belangrijk dat de kinderen zich een eigen mening vormen waarbij het standpunt van de andere als waardevol beschouwd moet worden. Zo leren ze elkaar te respecteren en te aanvaarden.
    Elk kind wordt in zijn totaliteit benaderd (hoofd, hart en handelen) met voldoende oog voor het anderszijn van elk kind.
  7. Continue ontwikkeling van de kinderen:
    Wij pogen ons onderwijs zo in te richten dat er bij de kinderen een continu ontwikkelingsproces ontstaat en dit in alle aspecten van de kinderlijke ontwikkeling. Bij de keuze van de leermiddelen en bij de organisatie van het klasleven pogen wij deze continuïteit te behouden.
    Het is in die context erg belangrijk dat de kinderen goed gevolgd worden en er tijdig interne of externe hulp wordt ingeroepen. Zittenblijven wordt waar mogelijk vermeden. Indien dit onvermijdelijk blijkt, gebeurt dit in nauw overleg met de ouders het CLB van de school, dat, gezien de verscheidenheid in levensopvattingen binnen onze schoolgemeenschap, zo neutraal mogelijk moet zijn.
  8. Dynamische school met opdracht voor deskundigheid van de leerkracht (bekwaamheden van de leerkracht, relatiebekwaamheid, loyale houding, persoonlijk voorleven):
    Bekwaamheden van de leerkracht :
    De leerkracht moet inzichtelijk, didactisch en pedagogisch onderlegd zijn en op verantwoorde en aangepaste manier het totale kind alle kansen tot ontplooiing geven. Tevens moet hij streven naar verdere uitbouw en verbetering van de begeleiding en navorming die wordt aangeboden.
    Relatiebekwaamheid:
    Naar de kinderen toe pogen we door een positieve relatie kinderen op te voeden tot volwaardige mensen, als leerkracht oog hebben voor familiale en sociale achtergronden van de andere. Opvoeden wordt als een groepsgebeuren gezien. Iedere participant is mede verantwoordelijk voor de opvoeding van de kinderen. De ouders vormen een belangrijke gesprekspartner voor de leerkrachten.
    Loyale houding:
    Dit ten overstaan van de visie op de school en de verschillende participanten.
  9. De psychomotorische   component:
    Naast de intellectuele en dynamisch component moet, voor de evenwichtige ontwikkeling van de persoonlijkheid, ook de psychomotorische component voldoen aandacht krijgen. De ontwikkeling van de muzische, manuele en lichamelijke vaardigheden moet de leerling kansen tot expressie geven. Door creatief bezig te zijn leert hij/zij   zichzelf waar te maken in deze veranderende maatschappij.

Maatschappelijke overtuiging:

  1. Neutraliteit :
    Wat het onderwijs in het bijzonder betreft, veronderstelt de neutraliteit vanwege allen die bij de ontwikkelingsbegeleiding van leerlingen betrokken zijn, perfecte objectiviteit inde uiteenzetting van feiten en intellectuele eerlijkheid in de bespreking ervan. Hierdoor worden de leerlingen in staat gestel de cultuurgoederen waarmee ze in contact komen, zo te verwerken, dat ze feiten en waarden duidelijk leren te onderscheiden.
  2. Pluralisme :
    De bij de ontwikkelingsbegeleiding betrokken personen nemen alvast iedere gelegenheid te baat om de leerlingen en studenten de ideologisch, culturele, religieuze, filosofische en ethische waarden bij te brengen die een pluralistische beschaving in het algemeen kenmerken:
    • Eerbied voor de rechten van de mens en voor de specifieke rechten van het kind;
    • Zin voor beredeneerde verantwoordelijkheid, voor rechtvaardigheid en voor eerlijkheid;
    • Inzet voor het algemeen welzijn en voor menselijke solidariteit;
    • Verdediging van de democratie en eerbied voor minderheden;
    • Respect voor het pluralistisch waardepatroon
    • Actieve verdraagzaamheid.
  3. Vrijheidsbeginsel :
    De moeizaam verworven vrijheidsbeginselen van onze maatschappij ervaren wij als bijzonder waarden: democratie, participatie, verdraagzaamheid, vrijheid van onderwijs, …
  4. Attitudes en waarden :
    Wij willen de jongeren begeleiden bij   het ontdekken van die attitudes en waarden die belangrijk zijn om zich als volwaardige en gelukkige mensen –tegenover zichzelf en de maatschappij- te engageren: wellevendheid, zelfdiscipline, solidariteit, eerbied, vertrouwen, enthousiasme, esthetische en religieuze zingevingen, …
  5. Sociale bewogenheid :
    De school zal de sociale gezindheid opwekken (d.i. eerbied en gevoeligheid voor de vele sociale waarden de grondslag vormen van onze maatschappij). Het is belangrijk dat de kinderen zich een eigen mening vormen waarbij het standpunt van de ander als waardevol beschouwd moet worden. Zo leren ze elkaar te respecteren en te aanvaarden.
  6. Contact met de natuur en de mens:
    De school bevordert het doorleefd en doorvoeld contact met de natuur en de mens. De jonge mens hoeft   de natuur niet alleen te bestuderen en technisch te beheersen, hij moet ze ook leren ervaren als het milieu waarin hij kan leven en open bloeien, als een waarde die moet eerbiedigen. Hij kan er affectief tot rust komen en zijn diepste wezen ontdekken.
  7. Non-discriminatie op school :
    Wij proberen een sfeer te scheppen waar ieder kind zich geaccepteerd voelt, welk ook zijn uiterlijk, voorkomen, taal, sociale of culturele achtergrond is.
  8. Wederzijds begrip:
    Door de op velerlei gebied interne verscheidenheid van zijn begeleidingsgroepen bevorderen de gesubsidieerde officiële scholen op spontane, natuurlij wijze het wederzijds begrip tussen mensen met verschillende levensbeschouwelijke en maatschappelijke visies. Ze stimuleren en begeleiden de leerlingen studenten trouwens bewust tot persoonlijke oordeelvorming door het opwekken en het in opbouwende zin ontwikkelen van kritisch inzicht. Het maakt hun jonge geest ontvankelijk voor de veelzijdigheid en verscheidenheid van waarden in de samenleving zodat zij de mensen in hun eerlijke overtuiging gaan eerbiedigen en gepast belangstelling voor ieders denk- en gevoelswereld kunnen opbrengen.
  9. Samen leven binnen de school :
    Elke leerkracht streeft ernaar een sfeer van vertrouwen te scheppen, een ‘thuis’ in de klas, zodat het kind zich goed voelt en graag naar de school komt.
    Vandaar het belang dat elke leerkracht een luisterend en meevoelend oor en hart heeft voor elk kind. Voor de kinderen betekent dit onder ander ook beperktheden mogelijkheden van zichzelf en de andere erkennen en aanvaarden.

Andere:

  1. Onze visie op goed en degelijk basisonderwijs steunt op de volgende pijlers:
    • Welbevinden en betrokkenheid van de leerlingen (vertrouwensrelatie tussen de leerkrachten en medeleerlingen).
    • Continuïteit doorheen de verschillen leergroepen.
    • Aandacht voor het aanleren van studiemethoden en creëren van een positieve leerhouding.
    • Zorg voor differentiatie.
    • Aanleren en stimuleren van zelfvindende (heuristische) werkwijzen.
    • Gebruik van aangepaste leermiddelen.
    • Aandacht en sensibilisering voor het wereldgebeuren.
    • Structuur.
  2. Algemene doelen en/of waarden die de school wil realiseren:
    • Opvoeding van de totale persoonlijkheid (cognitieve, dynamisch-affectieve en psychomotorische dimensie).
    • Zorg voor sociale ontwikkeling.
    • De leerlingen helpen bij het verwerven een eigen studiemethode.
    • Het aanvaarden van de eigenheid van de individuele leerling.
    • Het ontwikkelen van verantwoordelijkheidsbesef en kritische zin.
    • Het ontwikkelen van expressieve en creatieve mogelijkheden.
    • Het ontwikkelen van zelfstandigheid bij de kinderen.
    • Aandacht voor de overgangen tussen :
      thuis                                    kleuterschool
      kleuterschool                    lagere school
      lagere school                     middenschool (sec. onderwijs)
    • Het bereiken van de ontwikkelingsdoelen en eindtermen.

Ontwikkelingsdoelen en eindtermen werden op 8 februari 1995 bekrachtigd door de Vlaamse Raad. Voor meer inhoudelijke informatie: zie decretale tekst en uitgangspunten van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Departement Onderwijs, Centrum voor Informatie en Documentatie (juni 1995).